Voor mij zijn foto’s een startpunt voor haiku, limericks of een blog. En soms heeft een beeld helemaal niets nodig en plaats ik alleen een foto. Maar ik heb ook een verzameling beelden die nieuwsgierigheid oproepen; ze vertellen een verhaal.

Afgelopen week heb ik mijzelf in Frankrijk onder kunnen dompelen in de wereld van de fictie. Ik heb een hele fijne schrijfweek van Wilma Geldof gevolgd. Al doende gespeeld met perspectief, het maken van personages, het schrijven van scenes, het ontdekken van de kracht van de dialoog en de werking van flashbacks. Veel oefeningen gedaan, veel fouten gemaakt en daardoor veel geleerd. En ik heb een beginnetje gemaakt met het durven schrijven van verhalen bij mijn verzamelde foto’s. Hieronder het verhaal over Katrien. Een volledig verzonnen verhaal bij een foto (zie bovenaan dit bericht) die ik al in 2006 maakte op de veerboot naar Dover. Een rokende dame achter de onmisbare “No smoking”-tekst op het natte dek van het schip. Een beeld dat op zichzelf al erg mooi is, maar ik hoop er met mijn verhaal een nieuwe laag aan toe te voegen.

Het smaakt voor mij naar meer, hou de pagina verhalen in de gaten!

Familiebezoek

Katrien keek naar de rook die uit de raffinaderijen in de verte omhoog kringelde. Ze rook het, maar misschien was dat eigenlijk de stookolie van de motor van de veerboot waar ze op stond.  De opslagtanks waren lelijk, maar zo vertrouwd. Nog een klein half uur dan meerden ze af in Dover, wist ze.

Toen ze in Duinkerken het schip op ging, regende het. Ze was neergeploft op een glimmend geel kuipstoeltje met kauwgomvlekken. Ze had er eerst met haar hand aan gevoeld of ze nog plakten. Vanaf dat harde stoeltje had ze met haar winterjas aan de hele reis naar de glazen schuifdeuren gestaard. Toen haar blik de laatste druppels uit de wolken had geschud, was ze opgestaan, zwaar leunend op de kuipstoel naast haar. Buiten rommelde ze al lopend in haar handtas. Sigaret en aansteker, haar levenslijn. Ze deed net of ze de gele tekst “No smoking” niet had gezien. Het maakte haar niet uit wat anderen ervan vonden.

Wat zou Timo zeggen als hij haar op komt halen? En zou ze haar kleinzonen een knuffel mogen geven? Officieel moest ze in thuisquarantaine door haar reis naar Engeland. Ze mocht ook bijna niets meer; niet roken op de veerboot, niet meer zomaar cadeaus voor het gezin van haar zoon meenemen door die Brexit en nu ook niet meer knuffelen met haar kleinkinderen door corona. Wat een wereld. Waarom was Timo ook niet gewoon in de buurt gebleven? Hoe lang zou ze het nog redden om zijn kant op te gaan? Ze stak een tweede sigaret op. Meer en meer meeuwen scheerden laag langs de boot, de overkant kwam langzaam dichterbij.

Ze reisde altijd op gemakkelijke schoenen. Maar nu zelfs op slippers. Door de prednisonkuur waren haar voeten flink gezwollen. Het optrekkend vocht van het dek deed haar rillen, ze deed ook het bovenste knoopje van haar rozerode jas dicht. De dokter had haar nog maximaal drie jaar gegeven.

‘Mevrouw, u mag hier niet roken, hoor’. Ze keek de jonge jongen niet aan, doofde de peuk met haar slipper, duwde zich af aan de natte picknicktafel, schuifelde door de schuifdeuren terug naar binnen en plofte in hetzelfde gele kuipstoeltje neer. Nog tien minuten voor ze aanmeerden.