Tag: guilty pleasure

Voetbalflarfen

Nooit gedacht dat ik dit ooit zou zeggen: wat jammer dat het EK voetbal is afgelopen! Ik heb maar liefst dertien wedstrijden gekeken, voor de mensen die mij kennen is dat groot nieuws. En nee, ik ben niet opeens geïnteresseerd in het spel, maar wel in de taal. Ik ben verslaafd geraakt aan het ‘voetbalflarfen’: gedichten maken, gebruik makend van de teksten van de commentator. Afgelopen jaar heb ik hele fijne schrijfworkshops gevolgd van De man met de pen en van Kila van der Starre. Deze twee hebben hun krachten gebundeld en iedereen opgeroepen om een voetbalflarf te maken.

Voetbalflarf EK2021

De spelregels zijn simpel:

  1. Je schrijft een gedicht dat enkel bestaat uit zinnen en zinsdelen die de voetbalcommentator uitspreekt
  2. Je mag dus niets zelf toevoegen 
  3. Je mag wel knippen, plakken en schuiven 
  4. Je mag zelf weten op welke zender je kijkt 
Voetbalflarf EK2021

Mijn allereerste voetbalflarf (hierboven) werd door Francis Broekhuijsen voorgelezen op Sublime Smooth op 18&19 juni. Luister vanaf minuut 11:30.

En worden dat dan gedichten over voetbal? Nee! Bijna niet. Ze gaan over daten, over paniek, over vriendschap. Lees al mijn voetbalflarfs op mijn pagina (di)verse gedichten.

Voetbalflarf EK2021
Voetbalflarf EK2021
Voetbalflarf EK2021

Actuele limericks

Een paar weken terug schreef ik een blog over de impro-limerick, een limerick die gemaakt wordt op basis van een beginzin. Serge en ik gaven de ander een aanzet of we kregen van jullie een personage en plaatsnaam. Dit heeft al enkele mooie limericks opgeleverd zie de pagina limericks onder het kopje “in opdracht van jullie”.

Ook de actualiteit kan input vormen. De limerick wordt daarmee een kleine beschouwing op het nieuws. Afgelopen weken was er input genoeg!
Ook hier proberen Serge en ik samen tot één limerick te komen, waarbij de balans snelheid – kwaliteit – metrum de ene keer beter uitvalt dan de andere keer. Hieronder de oogst van de afgelopen weken.

Stormen
Deze winter is meer een soort herfst. Zo’n opeenvolging van fikse stormen met veel neerslag, kenden we nog niet in Nederland. Dat het ons allemaal is opgevallen, is niet alleen door de schade, maar ook doordat er sinds dit jaar namen worden gegeven aan de stormen. Onder een voorgaand blog schreef ik al over de uitspraak van Ciara (in het kader onderaan). Stormen Ciara en Dennis hebben flink huisgehouden – en wat denk jij; kunnen we over 9 maanden een piek of een dip in het aantal baby’s met deze voornamen verwachten? Ik begrijp in ieder geval wel waarom oud-presentator Dennis Storm inmiddels niet meer in Nederland woont!

Kantoortuinen
Dat kantoortuinen een waanzinnig slecht bedacht concept zijn, is inmiddels algemeen bekend. Mijn praktijkervaring bewaar ik voor een ander blog. In het nieuws kwamen ziekteverzuimcijfers die hoog zijn bij het werken met veel mensen in één open ruimte.

Noordvoort
Drie weken terug had nog niemand van Noordvoort gehoord. Maar zeker na dit item in de uitzending van Zondag met Lubach weet iedereen dat dit gaat om het stuk strand (en natuurgebied) tussen Noordwijk en Zandvoort. Het stuk strand vormt de kortste lijn tussen de slaapplek van de formule 1 rijders en crew (namelijk Noordwijk) en het circuit van Zandvoort. Inmiddels hebben beide gemeenten ingestemd met het toelaten van wagens op het strand. Ben je het er niet mee eens? Teken dan de petitie!
Een soapserie met een prins-met-een-grote-bril, rijke racers, een circuit in een mooi duingebied, en een slepende discussie tussen gemeenten en provincie over de ontsluiting van dit gebied… eigenlijk is daar geen beschouwing meer voor nodig. Maar toch:

Messen
De afgelopen weken zijn er verschillende incidenten geweest waarbij jongeren elkaar met messen hebben gestoken. Onder jongeren is het ‘vrij normaal’ om messen bij je te dragen, bleek uit uitzendingen van Danny op straat en de invorderingsactie op een middelbare school. Triest vind ik het, maar ook intrigerend dat een mes meenemen net zo normaal klinkt als flippo’s, knikkers, voetbalplaatjes, spinners of tamagotchi’s op zak hebben.

Ongeslagen
Van messen naar kickboksen. Een sport waar ik weinig van begrijp. In een bericht over het wereldkampioenschap in Eindhoven, stond de zin “de kans dat Boutasaa de wereldtitel terug naar Amsterdam neemt is groot: in zijn kickbokscarrière is hij in 77 partijen nog ongeslagen”. Ik geloof er niets van!

Menstruatiearmoede
Eén van de meest interessante woorden van het afgelopen jaar is menstruatiearmoede. En nee, dat is geen synoniem voor bloedarmoede, maar het is het niet kunnen betalen van menstruatieproducten. En dat is niet alleen iets voor ‘meisjes in Afrika’ – zo legde PLAN uit in een reclamefilmpje waar de nodige ophef over is ontstaan jaren geleden al uit. In Nederland zijn er inmiddels inzamelingsacties voor verstrekking door voedselbanken. In Schotland was maandverband al gratis voor scholieren, maar het Schotse parlement heeft besloten om voor alle vrouwen menstruatieproducten gratis beschikbaar te maken. Een fantastisch initiatief. Seksistisch, dat wel! 😉

Mondkapjes
Toen Corona nog een Aziatisch probleem was, ging hier het gesprek vooral over mondkapjes. Over nut en noodzaak. Over materiaal. Over tekorten.

Corona
In de Scrypto (de cryptogram van de NRC) van 15/16 februari was een omschrijving: “Die wijk is voor 90% Italiaans”. Het antwoord: Lombardijen. Een vooruitziende blik? Het Coronavirus zette voet aan de grond in Europa in Lombardije. Inmiddels is er ook een tiental Nederlandse besmettingen bekend. Over de naam is veel te doen door het gebruik van Corona ontstaat er imagoschade. Zo zijn er mensen met de voornaam Corona en is het een biermerk. De eerste zieke in Nederland was een carnavalsvierder. Genoeg mooie linkjes voor een limerick. Maar er kwam een nóg maffere aanleiding voorbij:
Ik kreeg een melding van Paradiso: morgen start de kaartverkoop voor een show van de Ierse band The Coronas. Ik zou een naamswijziging overwegen…

Tsja, en dan is er nog heel veel wat we wel gezien hebben, maar (nog) niets mee hebben gedaan. Zo waren er NOS-teletekst koppen “Optochten afgeblazen om harde wind”, “Toename in China neemt opnieuw af” en “Man vierde in 2 plaatsen carnaval”. Zo is er het woord thuisisolatie (en dat gaat niet over spouwmuren). Zo ontstond er een rel over de woordgrap dat het geen toeval was dat ‘coronavirus’ een anagram is van ‘carnivorous’. En toen kwam er vanochtend eentje voorbij die we niet konden laten liggen…. “Japanner stal 5800 fietszadels, tegen stress en als hobby“.

Kortom: inspiratie ligt op de deurmat, op straat en op je telefoon. De tiplijn staat open!

De pagina Limericks is vernieuwd!
Er zijn nu drie categorieën: Actualiteit (waar bovenstaande limericks een plek hebben gekregen), In opdracht van jullie (waar we op basis van jullie input een miniverhaaltje hebben gemaakt) en Selectie (een selectie van de mooiste impro-limericks die Serge en ik via Whatsapp hebben verzonnen).

Limericks

Een beginnend blog-schrijfster uit Rhenen
Wilde een onderwerp aan het nieuws ontlenen
Na oud & nieuw – het is heus
Had zij al zóveel keus

Met gemak kon ze haar publiek entertainen

In een paar zinnen zegt dit iets over mijn onzekerheid over het vinden van onderwerpen voor dit blog, de wens om relevante en actuele onderwerpen aan te snijden, maar ook dat het de bedoeling is dat het leuk is om te doen én om te lezen. En deze zinnen laat mijn voorliefde voor het spelen met woorden zien.

Inmiddels heb ik er een hele pagina aan gewijd: Limericks. Limericks zijn mini-verhaaltjes van vijf regels met en rijmschema van a-a-b-b-a. Ze bestaan waarschijnlijk al vanaf de zeventiende eeuw in meerdere Europese talen en waren vaak bedoeld als (gezongen) volksversjes (bron: Limericks&Limericken door Bas Hageman).
De limerick is voor mij een perfecte match tussen het spelen met taal en het bouwen aan een verhaal. En je blijkt hier ook prima de improvisatieregels te kunnen toepassen. Serge – die ik ken van de improvisatietheatervereniging waar we beiden lid van zijn – deelt de voorliefde voor limericks én voor improvisatie. Per whats-app zijn we begonnen samen limericks te maken. Daarbij zet één van ons de eerste twee regels voor, de ander bouwt daarop verder met de volgende twee regels en de eerste rondt het verhaal af met de eindregel die moet rijmen op de eerste twee én een pointe (een verrassend einde) ‘moet’ bevatten. We dagen elkaar uit om voort te bouwen en te reageren op de aanzet van de ander. En die aanzet dus ook volledig te accepteren – de basisregel van impro). Er is sprake van een balans tussen snelheid van reageren en geslaagde woordgrappen en metrum. Niet alle Limericks zijn even geslaagd, maar het levert regelmatig pareltjes op. En niet onbelangrijk: het levert altijd een glimlach als er een onverwachte wending in je scherm verschijnt.

Bij improvisatietheater leer je om in een scene zo snel mogelijk de Wie-Wat-Waar neer te zetten: wie zijn de personages op het podium, wat is hun relatie, wat is er aan de hand? En je leert dat een verhaal een opbouw kent waar de Wie-Wat-Waar helder maakt wat de normale situatie is en er vervolgens een probleem ontstaat. En dat probleem wordt groter, groter en groter. Tot er een einde aan het verhaal wordt gemaakt.

In de eerste zin van de Limerick komt meestal het personage en een plaatsnaam voor. De tweede zin geeft meestal aan wat normaal is (een gewoonte, een karaktertrek, een verlangen). De derde en vierde zin introduceren een probleem. En dan is het de bedoeling dat het verhaal in de laatste zin met een kwinkslag wordt afgemaakt. De afsluiter van het verhaal is best lastig. Soms komen we er niet helemaal uit en blijven er meerder opties mogelijk:

Real-time een limerick uit de mouw schudden op basis van input van publiek zorgt voor een te groot verlies aan kwaliteit en metrum. Er blijkt toch een paar minuten nodig om een verhaal rond te kunnen maken. Input krijgen we nu van alles wat langskomt, zoals de tuinvogeltelling dit weekend:

Soms is er wat taaltechnisch reparatiewerk nodig. Zo ontstond onderweg naar huis (op een avond met impro-les) de volgende limerick:

Een geslaagd verhaaltje, maar wel met twee keer de woorden “zijn/haar best doen” en twee keer “te zijn”. Dat is opgelost door de beginzinnen te vervangen door:

Het zou leuk zijn om met input van anderen aan de slag te kunnen. Je ziet dat bijvoorbeeld bij de sprookjes die de Vlaamse impro-speler Jeron Dewulf wekelijks met een collega in aanwezigheid van een live publiek inspreekt voor de podcast “De niet zo serieuze sprookjes”. In zo’n zeven minuten ontstaat er, met een van het publiek gekregen titel, een nieuw sprookje. Ze zijn sowieso leuk om naar te luisteren – maar ook leerzaam. Let maar eens op: de Wie-Wat-Waar wordt meestal heel snel duidelijk en woorden als “zoals altijd” en “maar toen” en “plotseling” duiden aan wanneer het probleem ontstaat. En bij een sprookje hoort een moraal – een mooie afsluiter van het verhaal.

De sprookjes van Dewulf zijn vaak stereotype en overtrokken – dat gebeurt bij onze impro-limericks ook. Maar dat wil niet zeggen dat het persé ongeloofwaardig is. Luister maar eens naar de meer dan 230 afleveringen van de Echt Gebeurd podcast waar echt gebeurde verhalen worden verteld door de hoofdpersoon zelf. Daar gebeuren vaak heel onwaarschijnlijke dingen, terwijl het wel geloofwaardig blijft! Ook hier is er vaak snel duidelijk wie waar is en wat er normaal gesproken gebeurt. Vervolgens komt de wending en een opbouw en uitvergroting van het probleem. Wat maakt het dan geloofwaardig? Ik denk de hoeveelheid details, de pauzes, de tussenzinnen en de beschrijving van het gevoel van de persoon in kwestie. Heel leerzaam voor het neerzetten van reële scenes bij het improviseren!

Maar bij limericks moet het in vijf regels én op rijm – dat schuurt dus vaak lekker tegen het absurdistische.

Daag jij ons uit door ons een beginzin te geven?

Kijk voor een selectie van de impro-limericks op de limerick-pagina. Deze zal ik regelmatig aanvullen.

© 2024 opmerkdingen

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑