Tag: beeldpoezie

Het beste van 2021

Mijn boekenlijst van alle gelezen boeken in 2021 heb ik in mijn vorige blog met jullie gedeeld. Hierbij een selectie van de mooiste beeldpoëzie, gezichten, haiku, zeswoordenverhalen (ja, één woord), briefjes en limericks van 2021. Ik heb in 2021 elke dag iets geplaatst op mijn instagram-account en dus ook (gecategoriseerd) op deze website. Dat zijn er dus 365, en ik kan me voorstellen dat je ze niet allemaal gezien hebt. Hieronder dus een beginnetje. Smaakt het naar meer? Neus gerust verder rond! 🙂

De mooiste Limericks van 2021

De mooiste beeldpoëzie van 2021

De mooiste haiku van 2021

De gezichten van 2021

De mooiste zeswoordenverhalen van 2021

De mooiste teksten van 2021

Ik hou van toeval

Ik hou heel erg van toeval. Ook al wordt het vaak gewoon veroorzaakt door ergens bewust mee bezig te zijn en dan te ontdekken dat je niet de enige bent met deze focus. Dat je beter kijkt en daardoor dingen ziet die je anders niet waren opgevallen. Dat dingen bij elkaar passen omdat ze via de associaties in jouw hersenkronkels kloppen.

Onlangs volgde ik een schrijfworkshop van de man met de pen (die van die fantastische ollekebollekes, ik introduceerde hem in de blog “Afstand houden“). Daar maakte ik kennis met de Haiku. Ik had wel eerder van die dichtvorm gehoord, maar niet bedacht dat het zo leuk zou zijn om er mee te stoeien. Nog maar drie weken verder kan ik al niet meer zonder. Waarom past de haiku me zo goed? Een haiku is een kort gedicht van drie regels met een vast stramien van 5-7-5 lettergrepen, van oorsprong (een deel van) een kettinggedicht (hoe Serge en ik een deel van onze limericks maken) en betreft het (natuur)observaties. Wikipedia omschrijft het als volgt: “De haiku is het resultaat van nauwkeurig waarnemen en liefdevolle zorg. Een haiku is niet zomaar een klein gedicht in drie regels met 5-7-5 lettergrepen elk, even belangrijk is de verwondering en een haast kinderlijke verbazing die er uit spreekt. Haiku lezen wil zeggen de indrukken ondergaan, met de sfeer en de gevoelens van het haiku-moment. Haiku heeft niet veel uitleg noch intellectueel gedoe nodig.”.

Ik heb mijn blog niet voor niets opmerkdingen genoemd – dat is precies wat ik doe: kijken-zien-waarnemen-verwonderen-vastleggen-delen. Maar wat heeft dat met toeval te maken? Ik had nog maar net mijn eerste haiku durven delen, toen Jeroen (die ik ken van de improvisatietoneelvereniging) een foto met titel Haikoe plaatste op facebook. Dat was voor mij aanleiding voor deze haiku:

Het toeval wilde dat Jeroen vlak daarna een restje Fou Yong Hai zou eten en daar wel een woordgrap in zag. Ik kreeg de uitdaging met foto en titel Fou Yong Haiku. En daar was het toeval aan mijn kant: ik had net het vorige blog geschreven dat begint met de zin “Er is een wereldwijde pandemie. Dat klinkt als een oosters gerecht – en zo is het mogelijk wel ontstaan – maar het is niet onschuldig.”. Deze gedachtekronkel kwam direct van pas:

Ook zonder titel kom ik onderwerpen tegen waar ik graag wat bij schrijf. Dat kan een nieuwsbericht zijn, maar ook opvallende teksten – of juist het ontbreken daarvan. Zo schreef ik mijn eerste haiku over een naambordje met weggevaagde familienaam, schreven Serge en ik daar ook een limerick bij en was er een vrachtwagen zonder opdruk die een limerick ontlokte. Maar ook was daar de mysterieuze graffiti tekst “Doe is gek“, waar ik een gedichtje bij heb geschreven.
Een haiku is spelen met taal en kent regels – net als de limerick. Maar de mogelijkheden, de puzzelstukken en het doel zijn anders. Geen rijm, geen grap, geen strak metrum – de Haiku is zowel vrijer als strikter. Ik ben dus aan het experimenteren welke vorm bij welke “ogenblikervaring” het beste past.

En dan terug naar de haiku – de natuurobservaties. Dat zijn huis-tuin-en-keuken-waarnemingen die ook in tijden van Corona prima door kunnen gaan. Sterker nog – juist het veel rondom huis zijn en het standaard frisse-neus-wandelrondje nodigen uit om beter te kijken en te luisteren. Als je daarvan kan genieten, dan zijn er dagelijkse cadeautjes. Afgelopen week heb ik genoten van een sneeuwwitte (leucistische) meerkoet, een roodwitte celspin die op het verkeerde moment op de verkeerde plek was en een gevecht tussen een spin en een tor. Dit blog uitwerkend kijk ik nu met verwondering naar de lentesneeuw buiten. Dit zijn de bijbehorende haiku:

De haiku is geen nieuwe hobby, het is een uitbreiding van mijn gereedschapskist. Een manier om beeld en tekst te combineren om zo mijn opmerkdingen met jullie te kunnen delen.

Skipak

Dinsdagochtend 11 februari 7:21 station Haarlem. Vier minuten voor de trein naar Amsterdam vertrekken zou, kwam hij aanlopen. Lopen, niet sjokken, hoewel zijn lichaamshouding verre van energiek was. Een beetje in zijn schouders weggedoken, een rechte rug en tegelijkertijd met ver voorovergebogen nek. Doelgericht liep hij naar de rand van het perron en bleef daar in dezelfde houding stilstaan. De man in het skipak. Hij keek naar de rand van het perron. Ik keek naar hem.

Van een winter is geen sprake, het was dinsdag op dat tijdstip circa 7 graden Celsius. De wind was aan – storm Ciara* was nog niet vertrokken. Maar echt guur durf ik het niet te noemen. Zelf weet ik niet waarom ik dit winterseizoen een nieuwe winterjas heb gekocht én hem elke dag aanheb… een dunnere jas zou de meeste dagen ook hebben voldaan. Deze man denkt daar anders over. Hij draagt een skipak. Nou ja, een ski-jas en een bijbehorende skibroek. Stevige wandelschoenen aan zijn voeten. Gevoerde handschoenen aan zijn handen. Om zijn hoofd een sjaal, die door een rode pet goed op z’n plek werd gehouden. De capuchon hing werkloos in zijn nek. Ik weet niet goed of de witte capuchon bij het blauw-zwarte skipak hoorde – het kan zijn dat hij er nog een jas onderaan had.

Wat mij het meest fascineerde was het stukje van een net jasje dat onder de ski-jas uitpiepte. Zo’n gedateerd grijsbruin jasje met fijne streepjes – mogelijk ruitjes. De schoudertas was juist wat onbestemd, een dertien-in-een-dozijn-ding. Duidelijk net zo weinig modieus als de rest van de outfit.

Op mijn oortjes had ik een Kink-podcast** aanstaan met het interview van Blaudzun (Johannes Sigmond) over de muziek die hij geschreven heeft bij werken van kunstenaar Sigmar Polke. In de paar minuten dat ik de man in het skipak observeerde hoorde in een pianostuk met de titel Talk (sonate). Ingetogen, verwondering oproepend, dromerig, niet oordelend. Het hielp mij om niet nieuwsgierig te zijn naar de antwoorden op alle vragen die door mijn hoofd schoten.

Vragen als: is het een expat die Nederland koud vindt? Is hij op de scooter gekomen en is het skipak het meest winddicht? Is het fashion statement en ben ik degene die onder een steen leeft? Wat voor werk zou hij doen? Hoe zou het kantoor er uit zien? En waar trekt hij straks dit pak uit? Waar en vooral wanneer heeft hij dit pak gekocht? Wat staat er op het rode petje? Heeft hij het echt niet te warm?

De verwondering was er en mocht door de begeleidende muziek ook blijven. Bewust ben ik bij een andere deur de trein in gestapt – het beeld was mooi zoals het was.

In de trein heb ik een foto opgezocht van het werk van Polke waar de pianomuziek bij geschreven is. Het gaat om dit schilderij uit 1996:

Sigmar Polke, Wandelt Lügen in Reden, Reden in Unsinn, Feinde in Zeit und Zeit in Ewigkeit um (bron: www.ifa.de)

De kromming van de blauwe lijnen, de kleuren, de compositie… Ik begreep direct waarom de muziek zo goed bij het beeld van de man in skipak paste. Zelfs de witte capuchon is zichtbaar in het werk. Jammer dat Polke niet meer leeft – het zou zo mooi zijn als het rode petje ook terugkwam in het schilderij. De titel van het werk is “Wandelt Lügen in Reden, Reden in Unsinn, Feinde in Zeit und Zeit in Ewigkeit um“, vertaald: “Zet leugens om in toespraken, toespraken in onzin, vijanden in tijd en tijd in eeuwigheid”. Amen.

Skipak vs Polke

In mijn agenda zocht ik gelijk naar data om naar de tentoonstelling Polke vs Blaudzun, Muziek van onbekende herkomst in het Cobra museum te gaan (voor 5 april). Dit smaakt naar meer.

*Ciara, de eerste storm-met-een-naam in Europa. Een naam die een hoop stof heeft doen opwaaien. Over de nut en noodzaak van een naam is veel gediscussieerd, maar ook over de uitspraak van deze specifieke naam. De c voor een i is in bijna alle talen een s-klank en in het Italiaans een ts-klank. Maar eigenlijk nooit een k-klank. Na een dag tegen de televisie te hebben geroepen dat deze uitspraak echt niet klopt, heb ik het maar opgezocht. In Ierland wordt soms wel een k-klank gegeven aan een c voor een i. Directe acceptatie van mijn kant – geen commentaar op de nieuwslezers meer. Want die Ieren moet je in stormachtige Brexit-tijden omarmen als EU.

**Kink podcast Release rundown, Blaudzun muziek van onbekende herkomst, 13 januari 2020. De hele aflevering is het luisteren waard. Het gesprek gaat vanaf minuut 22:46 over dit werk en vanaf minuut 24:32 klinkt het nummer dat ik op dat moment hoorde.

© 2024 opmerkdingen

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑