Maand: maart 2020 (page 1 of 2)

Vogelen vanachter je bureau

In 1986 (!) maakten van Kooten en de Bie een aflevering over de “arrogneut” – een thuiswerker. Die sketch moet je echt even kijken! Toen al legden ze de twee grootste valkuilen van thuiswerken bloot: de oncontroleerbaarheid (in dit geval door de schuld aan de kantoorklerk geven) en de afleiding van de thuissituatie (hier een treintjes-hobby).

Thuiswerken is zo gek nog niet. Na 4,5 jaar ben ik nog steeds een mislukte ambtenaar, maar het thuiswerken zorgt er voor dat ik trekken begin te vertonen van de “arrogneut”, het op afstand werken maakt van mij een letterlijke raamambtenaar! Want mijn treintjes zijn de vogels in de tuin.

Gisteren startte de meteorologische lente. Bomen zitten vol in de knop – de eerste blaadjes komen uit – maar ze zijn nog kaal genoeg om alle vogels te zien zitten. En vaak hoor je ze eerder. Dit is het moment dat de wintergasten er nog zijn en de zomergasten aankomen. Dit is het moment dat de beste plekken worden uitgekozen en de nesten worden gebouwd. Vogelen van achter je raam. Wat een bonus!

Pal tegenover ons raam staat een grote Paardenkastanje. De vaste fourageerplek voor het koppeltje boomkruipers. De boomkruipers eten nooit samen, maar wel vaak tegelijk met ons. Ik wist niet dat er zoveel duizendpoten in de bast van de Kastanje verscholen zitten! Met hun licht gekromde, spitse snaveltje trekken de boomkruipers de lange spartelende beestjes er zo tussenuit.

Boomkruiper (Haarlem, 2020)

Er zijn veel vaste bewoners van ‘onze voortuin’. Naast de boomkruipers hebben we merels, gaaien, eksters, koolmezen, pimpelmezen, vinken, (hout-, tortel- en stads-)duiven en kraaien. De laatste hebben hun nestelpogingen helaas opgegeven door de harde wind. Ik hoop dat ze terugkomen. De houtduiven hebben hun nest in de Paardekastanje nu niet bezet. Een leegstaand pand met kapotte ramen is namelijk veel aantrekkelijker! Hilarisch om te zien hoe deze krakers door het lege pand met hoge plafonds vliegen.

Stadsduiven (Haarlem, 2020)

Er zijn ook hanggroepers in de tuin. De kauwen, spreeuwen en halsbandparkieten komen altijd met veel, maken een hoop herrie, schijten de boel onder en vreten alles wat los en vast zit… en verdwijnen weer.

Vorig jaar hebben we met de buurt een insectenhotel gemaakt. Meer voor de vorm en het samen doen, dan dat we verwachtten dat er echt insecten in gaan zitten. Totdat er (op 11 september 2019) een aanslag op het hotel werd gepleegd door de grote bonte specht. Een fantastisch schouwspel. En: er zitten dus wel degelijk insecten in! Nou ja, er zaten in ieder geval insecten in.

Grote bonte specht (Haarlem, 2019)

Naast de specht zijn er meer stamgasten. Zoals de roodborst. Fier fluit hij/zij zich een eind in de rondte; de buurtkatten uitdagend. Maar ook de heggenmus scharrelt schichtig rond. Mocht je (net als ik) moeite hebben om het verschil te zien tussen een huismus en een heggenmus, dan zijn er twee cursussen van de Nederlandse Vogelbescherming die leuk zijn om te doen. Eentje over tuinvogels en een andere over vogels in Nederland.
Er is ook een stamgast die we bijna nooit zien, maar die zich wel laat horen: de bosuil.

Heel soms hebben we bijzondere gasten. Zo is er af en toe een koperwiek, een zwarte roodstaart, een grote gele kwikstaart en hebben we twee jaar geleden zowaar een verdwaalde fazant gehad. Een imposant beest, waar zelfs de katten (die gerust een kauw of duif wegplukken) van onder de indruk waren.

Fazant (Haarlem 2018)
Fazant (Haarlem 2018)

Vogelen doe ik eigenlijk altijd op vakantie: vogelboek, verrekijker en camera staan op de paklijst: het zorgt dat je beter waarneemt. Dat je af en toe letterlijk stil staat. En het werkt heerlijk ontspannend. Nu we zo min mogelijk naar buiten gaan (en onze vakantie niet doorgaat) is vogelen vanuit je raam een mooie bezigheid. Vogelen vanachter je bureau!
Welke vogels zie jij als je uit je raam kijkt?

PS er is één vogel-waarvan-ik-de-naam-niet-genoemd-heb… Een stoorzender, een pestkop, een … daarover meer in mijn volgende blog!

Mijn helden Tonke Dragt en James Lovelock

Deze week werden twee interviews gepubliceerd met mijn helden. Helden die hun tijd ver vooruit waren en nog zijn. Helden die goed kunnen schrijven. Helden die bijna 90 en al 100 jaar oud zijn – maar zich nog scherp kunnen uitdrukken. Helden die mij aan het denken hebben gezet. Helden die laten zien dat je je continue moet aanpassen aan nieuwe omstandigheden, dat je keuzes moet maken.

Op woensdag kwam de wekelijkse podcast “Onbehaarde apen” van de wetenschapsredactie van de NRC uit. Sowieso een aanrader die podcast!). Studiegenote Gemma Venhuizen heeft James Lovelock opgezocht in Engeland, naar aanleiding van het uitkomen van een nieuw boek. Dat boek heb ik nog niet gelezen, maar zijn boek Gaia is een klassieker waarmee ik tijdens mijn studie in aanraking kwam.

Op donderdag interviewde Matthijs van Nieuwkerk in (helaas maar een halve thema-aflevering door het Covid-19 nieuws) een speciale aflevering van De Wereld Draait Door schrijfster Tonke Dragt. De schrijfster van mijn lievelingsboeken. En die heb ik niet alleen tijdens mijn jeugd gelezen, ze is één van de weinige schrijvers van wie ik boeken meerdere malen heb herlezen.

James Lovelock is een wetenschapper, maar meer nog een uitvinder. Meetapparatuur van zijn hand is naar Mars gestuurd om meer te weten te komen over de samenstelling van de atmosfeer. Hij schreef in 1969 zijn Gaia-theorie (voorheen Gaia-hypothese). Gaia gaat over de aarde (of een planeet in het algemeen) te zien als één zelfregulerend systeem. Een systeem waar levenloze zaken levende wezens een dynamisch evenwicht zoeken en vasthouden. Het systeem houdt zichzelf in stand. Een belangrijke stap binnen zijn theorie waren zijn computermodelleringen en berekeningen die hij losliet op een ‘madeliefjeswereld’ (daisy world). Hierin laat hij met witte en zwarte bloemen zien hoe het albedo-effect werkt. Een eye-opener toen – en nu nog steeds een vaak gebruikt voorbeeld – over wat de kleur doet met straling van de zon. De discussies over zee-ijs en landijs en over de rol van wolken in klimaatmodellen begon toen pas. Albe-wattes? De NASA (zijn toenmalige werkgever) heeft er een mooi kort filmpje over gemaakt.

Tonke Dragt geeft in het interview aan dat zij zelf trots is op het boek “Torenhoog en mijlen breed” en geeft aan dat die wouden verwijzen naar de tropische regenwouden in haar jeugd (ze is opgegroeid in Indonesië). Er is niets natuurlijks meer aan de aarde – alles wordt gereguleerd door de mens. Edu, de hoofdpersoon gaat op missie naar Venus. Een planeet waar nog wel wouden zijn. Bossen die juist alles aantasten dat door de mens gemaakt is. En juist daar wil Edu heen. Dragt is geen wetenschapper – de atmosfeer op Venus is in werkelijkheid helemaal niet geschikt voor het ontstaan van wouden en om er naartoe reizen. Maar dat doet helemaal niets af aan het boek – de fysische werkelijkheid in het verhaal is wel heel consistent beschreven.

Beide schrijvers zijn stokoud, maar nog heel helder van geest. Beiden zijn dwarsdenkers, futuristen, verhalenmakers. Beiden schreven hun belangrijkste werk over ecosystemen op planeten en van beiden kwam dat uit in het jaar waarop de mens voor het eerst voet zette op de maan. Dat is inmiddels 50 jaar geleden! In het ene boek is de aarde al helemaal niet natuurlijk meer en raakt het systeem op de planeet Venus verstoord door de komst van de mens. In het andere boek gaat het over ‘geofysiologie’ – hoe biotische en abiotische factoren samen een zelfregulerend systeem vormen. De één is een verhalenverteller, de ander is een uitvinder die wil prikkelen. Beide schuwen robotica en verregaande digitalisering niet. Beiden zijn ook weggezet als dromers – de versie van het boek van Lovelock dat ik bezit, is uitgebracht als “new age” boek in een serie “pockets voor de nieuwe tijd”. Beide verhalen zijn echter ook van deze tijd: ga om met wat er gebeurt (klimaatverandering, plasticprobleem), maar denk na over de toekomst en wat je nu zou kunnen veranderen.

Dragt is in het nieuws omdat van haar beroemdste boek (en tevens mijn lievelingsboek) De brief voor de Koning (1962) door Netflix een serie is gemaakt. The letter for the king komt op 20 maart uit. De voorstukjes zien er bombastisch en groots uit. Eerder is het boek in Nederland verfilmd door Pieter Verhoeff (2008). Een geslaagde verfilming – de juiste sfeer. Tonke Dragt gaf in het interview aan: leuk dat dit gebeurt. Ze heeft bewust Tiuri nooit getekend – iedereen kan Tiuri zijn. Die eigen invulling is fantastisch. Ik heb ook altijd genoten van de kaart voorin en de namen van steden en landen. De kaart blijkt het eerste te zijn geweest dat ze op papier zette – de tekst volgde later. Ook gaaf om te horen dat de verhalen ontstaan zijn voor de klas – eigenlijk als middel om orde te houden. Improvisatieheldin!

Lovelock is in het nieuws omdat er net een nieuw boek is verschenen en omdat hij 100 jaar oud is. En nou blijkt hij ook alweer aan een nieuw boek te werken. Hij geeft aan niet meer te willen typen en dicteert de inhoud nu – ook hij vertelt verhalen. Zijn verhaal gaat over een toekomstig tijdperk – het Novaceen- inclusief cyborgs.

Is er een link met covid-19? Nou ja, Lovelock heeft in de tweede wereldoorlog onderzoek gedaan naar verspreiding van infectieziektes in shelters. Maar vooral doordat de meeste activiteiten zijn afgelast en door het ontbreken van reistijd heb je nu tijd om hun boeken te (her)lezen, de interviews terug te horen/kijken of de Netflix-serie te gaan bekijken. Luister naar en lees mijn twee helden en laat je aan het denken zetten!

Picnic-moeder

Als je – zoals ik – eind dertig bent, behoor je tot een bijzondere reclamedoelgroep: die van de immer schipperende en gestreste moeder. De vrouw die haar dagen multitaskend tussen de rollen van taxi-chauffeur, schoonmaker, politieagent, juf, kok, deurwaarder, coach, secretaresse en voorlezer doorbrengt. Oja, en ook nog als collega, partner, vriendin, dochter en moeder dient te functioneren.

Althans, dat is het beeld waar de bedrijven op inspringen. Ik – kindervrij – krijg onafgebroken reclames voor kinderopvang, kindvriendelijke uitjes, kinderkampen, dingen voor jezelf (spa, chicklitboeken, schoonheidsspecialisten, veel kleren, nog meer schoenen), oppascentrales, maar ook… boodschappenservices.

Zo komt nu regelmatig een filmpje van Picnic in mijn scherm. Een blonde dame windt er geen doekjes om, ze roept je vanaf een leeg hockeyveld gelijk toe: “Wist je dat je 20 werkdagen per jaar in de supermarkt doorbrengt?!”. Om te vervolgen met “dankzij Picnic besteed ik die tijd nu met mijn kinderen”, terwijl een schuchtere jonge jongen op klaarlichte dag een krat met boodschappen binnendraagt.

20 werkdagen……? 20 werkdagen! Uitgaande van 8 uur per dag, is dat 160 uur per jaar en dus ruim 3 uur per week. In het grootste deel van de Nederlanders huishoudens gaat er gemiddeld 3 keer per week iemand naar de supermarkt. Dat betekent dus een uur per keer! Gemiddeld. Dat lijkt mij erg veel. Daar valt dan wel wat winst te behalen, je bent geneigd de werkende moeder gelijk te geven.

Volgens andere bronnen besteden we per huishouden gemiddeld 2 uur en een kwartier per week in de supermarkt. Dat is dan 45 minuten per keer (uitgaande van 3x per week). Dat vind ik nog steeds veel, maar hier lijkt ook de reistijd bij in te zitten. Vooruit.
Als we uitgaan van dit realistischer getal, maar we vasthouden aan 20 werkdagen, kom ik op een werkdag van 5 uur en 51 minuten uit. Mijn gevoel over de blonde dame met gestifte lippen slaat direct om. Ik heb erg met haar te doen!

Deze blonde vrouw werkt dus (alleen) als haar kinderen op school zitten. En blijkbaar gebruikte ze hun sporttrainingen voor het doen van boodschappen. Als je dan toch de tijd hebt, dan doe je daar natuurlijk lekker lang over – een uurtje me-time per keer.

…en nu is daar Picnic. Weg me-time. Hallo winderig en lawaaiig sportterrein. Welkom bezorgers die op de gekste momenten – het liefst onder werktijd – bij je voor de deur staan. En vooral: geen enkele mogelijkheid om de realistische boodschappentijd te gebruiken om met je partner het gesprek aan te gaan over de scheve verdeling van huishoudelijke- en zorgtaken. Zij blijkt ze allebei te blijven doen.
Deze vrouw leeft nog in de jaren 50. Heel retro. Picnic houdt dit verder in stand. De vraag is of dat écht is wat zij wil anno 2020.

Zie jij een Picnic-moeder in je omgeving? Help haar dan.
Een fijne internationale vrouwendag gewenst!

« Oudere berichten

© 2024 opmerkdingen

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑