Maand: februari 2020

IT-lol

“Ha bevm, goed initiatief!”
Aankomende augustus is het 20 jaar geleden dat ik aan mijn studie Aardwetenschappen aan de VU begon. Een studie met een intensief lesprogramma, een kleine groep jaargenoten en veel veldwerken waardoor je elkaar goed leert kennen. Reden genoeg om te polsen of er animo is voor een reünie. Binnen een dag hadden we bijna de hele groep bij elkaar. En hoewel ik over sommige achternamen mijn hersenen moest breken, kon ik alle afkortingen (inlognaam en tevens mailadres) zo ophoesten.
Namen die ook bijnamen zijn geworden.
Bevm, de eerste drie letters van mijn achternaam en de eerste letter van mijn voornaam. Zo hadden we ook pria, hura, moeh. Bevm is wel een beetje ondeugend, zeker als je weet dat er in mijn jaar ook een kusm en dekm zaten, en een jaar boven ons een pypm… De IT afdeling heeft in 2000 veel lol gehad met het aanmaken van deze namen, dunkt me.

Ook bij mijn eerste werkgever kreeg ik in 2007 een afkorting die als inlognaam én emailadres werd gebruikt. Ik ben bijna negen jaar als ‘btm’ door het leven gegaan. Deze afkorting stond ook in de bestandsnaam van alle documenten waarvan ik hoofdauteur was.

Deze afko’s hadden toen een functie: het meeste moest nog handmatig worden ingevoerd, dus korte namen zorgen voor snellere doorvoering met een kleinere kans op menselijke fouten. En elke letter was een byte, het was dus simpelweg ook een besparing op de hoeveelheid data die verstuurd moest worden. Technische en logische redenen dus. En eentje die aansluit bij een beta-wereldbeeld waar formules en vergelijkingen zo kort mogelijk genoteerd worden. Zo min mogelijk tekst, want tekst leidt alleen maar af.

Pas sinds een jaar of vijf zie je namen die langer zijn. Inlognamen, emailnamen, bestandsnamen, netwerknamen. Dit geldt ook voor printernamen in een netwerk. Ik heb echt heel hard gelachen om de beschrijving van het proces om tot nieuwe namen voor printers te komen op de VPRO redactie. Hier ontstonden verschillende kampen en blijkt hoe kantoorhumor verschillend beleefd wordt. Printen op de bitterbappel – dat wil ik ook wel!

Dat er een gat zit tussen de IT-logica en de basiskennis van gebruikers van office-programma’s was vanaf het begin duidelijk. Eind jaren negentig verscheen Clippy! Weet je nog, die irritante paperclip die als een soort gluurder je ongepaste voorstellen deed? Wegklikken was niet zo makkelijk. Inmiddels zijn we gewend dat namen worden voorgesteld als je amper twee letters hebt getypt, dat er suggesties worden gedaan voor woorden door synoniemen aan te dragen, dat het niet meer uitmaakt op welke fysieke printer je print, als het netwerk maar weet wat z’n printopdracht is, kunnen we eindeloos lange bestandsnamen maken (“bladiebla definitief concept 2 versie 02.23”), is metadata geen geheimtaal meer, … En dat gebeurt onder je neus, zonder dat je dat irritant vindt.

In 2020 lijkt Clippy opeens helemaal retro te worden. Zo kan je een gans als ‘screenmate‘ downloaden. Deze heeft totaal geen constructieve functie, maar houdt je wel de spiegel voor hoeveel we al vertrouwen op de aansturing van de computer en hoe weinig je zelf hoeft te doen. Na het zien van het promo-filmpje merk ik dat ik wel weer opensta voor een positieve screenmate – zo’n kat die af en toe een kopje komt geven en het grootste gedeelte van de tijd in een hoek van je scherm ligt te spinnen.

Het gebruiksgemak is enorm toegenomen de afgelopen jaren. En tegenwoordig gaat ook alles in de cloud, waardoor je tegelijkertijd aan hetzelfde bestand kan knutselen via Office365. De foto’s van je collega’s bovenin je beeld voelen als sociale controle. Dat dat in de cloud werken weer ten koste gaat van de snelheid en de mogelijkheid om toetscombinaties te gebruiken… dat zal Microsoft worst wezen. Dat de software sowieso meer op alfa’s dan op beta’s gericht is, zie je terug in de naam. Als je een beta vraagt naar een symbolisch getal voor allesomvattendheid zegt hij 360 (graden). Een alfa heeft het over 365 (dagen).
Laat 2020 nou net een schrikkeljaar zijn… op welke dag is de cloud niet bereikbaar?

Skipak

Dinsdagochtend 11 februari 7:21 station Haarlem. Vier minuten voor de trein naar Amsterdam vertrekken zou, kwam hij aanlopen. Lopen, niet sjokken, hoewel zijn lichaamshouding verre van energiek was. Een beetje in zijn schouders weggedoken, een rechte rug en tegelijkertijd met ver voorovergebogen nek. Doelgericht liep hij naar de rand van het perron en bleef daar in dezelfde houding stilstaan. De man in het skipak. Hij keek naar de rand van het perron. Ik keek naar hem.

Van een winter is geen sprake, het was dinsdag op dat tijdstip circa 7 graden Celsius. De wind was aan – storm Ciara* was nog niet vertrokken. Maar echt guur durf ik het niet te noemen. Zelf weet ik niet waarom ik dit winterseizoen een nieuwe winterjas heb gekocht én hem elke dag aanheb… een dunnere jas zou de meeste dagen ook hebben voldaan. Deze man denkt daar anders over. Hij draagt een skipak. Nou ja, een ski-jas en een bijbehorende skibroek. Stevige wandelschoenen aan zijn voeten. Gevoerde handschoenen aan zijn handen. Om zijn hoofd een sjaal, die door een rode pet goed op z’n plek werd gehouden. De capuchon hing werkloos in zijn nek. Ik weet niet goed of de witte capuchon bij het blauw-zwarte skipak hoorde – het kan zijn dat hij er nog een jas onderaan had.

Wat mij het meest fascineerde was het stukje van een net jasje dat onder de ski-jas uitpiepte. Zo’n gedateerd grijsbruin jasje met fijne streepjes – mogelijk ruitjes. De schoudertas was juist wat onbestemd, een dertien-in-een-dozijn-ding. Duidelijk net zo weinig modieus als de rest van de outfit.

Op mijn oortjes had ik een Kink-podcast** aanstaan met het interview van Blaudzun (Johannes Sigmond) over de muziek die hij geschreven heeft bij werken van kunstenaar Sigmar Polke. In de paar minuten dat ik de man in het skipak observeerde hoorde in een pianostuk met de titel Talk (sonate). Ingetogen, verwondering oproepend, dromerig, niet oordelend. Het hielp mij om niet nieuwsgierig te zijn naar de antwoorden op alle vragen die door mijn hoofd schoten.

Vragen als: is het een expat die Nederland koud vindt? Is hij op de scooter gekomen en is het skipak het meest winddicht? Is het fashion statement en ben ik degene die onder een steen leeft? Wat voor werk zou hij doen? Hoe zou het kantoor er uit zien? En waar trekt hij straks dit pak uit? Waar en vooral wanneer heeft hij dit pak gekocht? Wat staat er op het rode petje? Heeft hij het echt niet te warm?

De verwondering was er en mocht door de begeleidende muziek ook blijven. Bewust ben ik bij een andere deur de trein in gestapt – het beeld was mooi zoals het was.

In de trein heb ik een foto opgezocht van het werk van Polke waar de pianomuziek bij geschreven is. Het gaat om dit schilderij uit 1996:

Sigmar Polke, Wandelt Lügen in Reden, Reden in Unsinn, Feinde in Zeit und Zeit in Ewigkeit um (bron: www.ifa.de)

De kromming van de blauwe lijnen, de kleuren, de compositie… Ik begreep direct waarom de muziek zo goed bij het beeld van de man in skipak paste. Zelfs de witte capuchon is zichtbaar in het werk. Jammer dat Polke niet meer leeft – het zou zo mooi zijn als het rode petje ook terugkwam in het schilderij. De titel van het werk is “Wandelt Lügen in Reden, Reden in Unsinn, Feinde in Zeit und Zeit in Ewigkeit um“, vertaald: “Zet leugens om in toespraken, toespraken in onzin, vijanden in tijd en tijd in eeuwigheid”. Amen.

Skipak vs Polke

In mijn agenda zocht ik gelijk naar data om naar de tentoonstelling Polke vs Blaudzun, Muziek van onbekende herkomst in het Cobra museum te gaan (voor 5 april). Dit smaakt naar meer.

*Ciara, de eerste storm-met-een-naam in Europa. Een naam die een hoop stof heeft doen opwaaien. Over de nut en noodzaak van een naam is veel gediscussieerd, maar ook over de uitspraak van deze specifieke naam. De c voor een i is in bijna alle talen een s-klank en in het Italiaans een ts-klank. Maar eigenlijk nooit een k-klank. Na een dag tegen de televisie te hebben geroepen dat deze uitspraak echt niet klopt, heb ik het maar opgezocht. In Ierland wordt soms wel een k-klank gegeven aan een c voor een i. Directe acceptatie van mijn kant – geen commentaar op de nieuwslezers meer. Want die Ieren moet je in stormachtige Brexit-tijden omarmen als EU.

**Kink podcast Release rundown, Blaudzun muziek van onbekende herkomst, 13 januari 2020. De hele aflevering is het luisteren waard. Het gesprek gaat vanaf minuut 22:46 over dit werk en vanaf minuut 24:32 klinkt het nummer dat ik op dat moment hoorde.

Spreekwoorden in beeld

Tijdens mijn masterstudie had ik veel buitenlandse medestudenten. Voor niemand was Engels de moedertaal. We begrepen elkaar goed en er ontstond een eigen spreektaal. Daarin werden spreekwoorden en gezegdes uit eigen taal/cultuur één op één vertaald naar het Engels. Het leverde mooie uitdrukkingen op, maar ook de bijwerking dat ik mijn toetsingskader voor fatsoenlijk Engels volledig ben kwijtgeraakt.
Pareltjes waren “you know your area like your pocket” – de opmerking die een docent maakte na de eerste week veldwerk dat we ‘ons eigen gebied’ nu wel als onze broekzak kenden. “Measuring is knowing” was er ook zo eentje. “Now and or” is de verbastering van “Nou en of!” en ‘Dutchies‘ waren altijd “to be there like the chickens“. Er als de kippen bij zijn. Tsja, blijkbaar is dat het beeld van de Nederlanders.

Juist omdat spreekwoorden en gezegden zo makkelijk te gebruiken zijn en zo eenvoudig overdraagbaar, verrijkt het de taal. Tijdloos zijn ze ook. En als je een beelddenker bent, ook een heerlijke manier om anders te kijken naar de wereld om je heen.
Zo kan je spreekwoorden letterlijk verbeeld zien. Dat heeft Bruegel de Oude op zijn olieverfschilderij uit 1559 gedaan. Ruim 40 spreekwoorden – waarvan de meeste ook anno 2020 nog bekend in de oren klinken – heeft hij verbeeld. Letterlijk. Dus ‘een pilaarbijter’ is inderdaad een figuur die zijn tanden zet in een pilaar (linksonder op het schilderij bovenaan dit blog). Een overzicht van Nederlandse spreekwoorden en gezegden vind je op deze site.

Er zijn mensen die bewust spreekwoorden ensceneren, ik doe dat juist niet. Ik zie achteraf dat er een hoop foto’s uit mijn collectie een letterlijke verbeelding van een spreekwoord zijn. Een aantal voorbeelden van mijn foto’s hieronder. Meer vind je op mijn pagina over beeldtaal, daar zijn ze ook eenvoudiger te vergroten.

Dan is er nog de categorie ‘net anders’. Zoals “de hond naast de pot vinden” en “beter één vlinder op de hand dan tien in de lucht”.

Naast de letterlijke weergave van een spreekwoord, kan ook de bedoeling worden uitgebeeld. In Tanzania hebben we een groep jonge leeuwen zien jagen. Na mislukte pogingen op een zebra en een wildebeest, was de derde poging op een eenzame zebra succesvol. Wel moest moeder ingrijpen, de jonge leeuwen konden de zebra nog niet in één keer doden. Niet voor de gevoelige kijkers dus, maar het was een adembenemend schouwspel.
Letterlijk zagen we “je in het hol van de leeuw wagen”, figuurlijk zagen we “alle begin is moeilijk” en “de één z’n dood is de ander z’n brood”.

Meer voorbeelden hieronder van uitbeeldingen van een spreekwoord (of fragment uit een liedje), waardoor je de betekenis beter begrijpt en doorleeft.

Een spreekwoord is vaak een waarschuwing of advies. Dergelijke wijsheid kan ik waarderen. Voor mij staat vast dat een verbeelding van een spreekwoord het sterker maakt. Maar bij een tegeltjeswijsheid (denk aan al die tekstborden die de afgelopen jaren heel trendy waren) krijg ik gelijk jeuk. Het worden dan een soort levenslessen die je geacht wordt te volgen. Ik ben er zelf nog niet uit waar de grens precies ligt.

Op de basisschool was er veel aandacht voor spreekwoorden. Maar ook mijn oma (oud lerares) was verzot op taal en vond spreekwoorden heerlijk. Ik heb flink wat meegekregen van haar taalkronkels – daarover een andere keer meer. Veel gebruikte uitdrukkingen door mijn oma: “Een garnaal heeft ook een hoofd” en “het gaat wel weer over voor je een jongetje wordt”.
En haar allermooiste (waarvan ik de bron niet heb kunnen herleiden):

“Koffie, soep en liefde
moeten heet genoten worden”

Spreekwoorden zijn cultuurgoed dat we moeten koesteren, maar vooral voorkomen dat het te clichématig wordt. De grens naar tegeltjeswijsheden is dun.

© 2024 opmerkdingen

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑